Je hebt het idee al een tijdje in je hoofd. Alleen op reis gaan. Maar elke keer als je er serieus over nadenkt, komen de twijfels. Is het veilig ? Wordt het niet eenzaam ? Kan ik dat wel, alles zelf regelen ? Die vragen zijn normaal. Bijna iedereen die voor het eerst solo reist, heeft ze gehad. En bijna iedereen komt terug met hetzelfde gevoel : waarom heb ik dit niet eerder gedaan ?
Waarom solo reizen makkelijker is dan je denkt
Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar alleen reizen is in veel opzichten eenvoudiger dan met een groep. Je hoeft met niemand te overleggen. Geen compromissen over restaurants, geen discussies over de route. Jij beslist alles – en dat is ongelooflijk bevrijdend. Op sites zoals conseil-voyage.net vind je trouwens handige tips voor de praktische voorbereiding, van bestemmingskeuze tot budgetplanning. Maar laten we beginnen bij het begin : hoe pak je dit concreet aan ?
Kies een bestemming die geschikt is voor beginners

Dit is misschien wel de belangrijkste stap. Niet elke bestemming is ideaal voor je eerste solo trip. Je wilt ergens naartoe waar je je veilig voelt, waar de infrastructuur goed is en waar je makkelijk andere reizigers ontmoet als je daar behoefte aan hebt.
Een paar bestemmingen die vaak worden aanbevolen voor eerste solo reizigers : Portugal, Japan, Thailand, Nieuw-Zeeland en de Scandinavische landen. Waarom ? Goed openbaar vervoer, relatief veilig, veel andere backpackers of solo reizigers, en een toeristische infrastructuur die het makkelijk maakt om je weg te vinden.
Mijn advies : begin niet meteen met een land waar je de taal totaal niet spreekt én waar de cultuur heel anders is. Dat kan overweldigend zijn voor een eerste keer. Portugal is bijvoorbeeld perfect – dichtbij, betaalbaar, Engelstalig genoeg en ongelooflijk gastvrij. Lissabon of Porto als startpunt, en van daaruit de kust verkennen. Simpel, veilig, fantastisch.
Boek de eerste nachten vooraf (de rest mag flexibel)
Een fout die veel beginners maken : óf alles tot in detail plannen, óf helemaal niks reserveren. Beide uitersten werken niet geweldig voor een eerste solo reis.
Wat wel werkt : boek je eerste twee of drie nachten. Dat geeft rust. Je weet waar je naartoe gaat als je aankomt, je hebt geen stress over onderdak na een lange vlucht, en je kunt rustig landen. Letterlijk en figuurlijk.
Daarna ? Houd het flexibel. Misschien wil je langer blijven op een plek die je geweldig vindt. Misschien ontmoet je iemand in een hostel die zegt : “Je moet echt naar die ene stad, twee uur hiervandaan.” Die vrijheid is juist het mooie van alleen reizen. Maar die eerste avond wil je gewoon weten waar je bed staat.
Hostels zijn je beste vriend (serieus)

Als je bang bent om eenzaam te worden op je solo reis, dan zijn hostels het antwoord. Niet de smerige slaapzalen die je misschien voor je ziet – er zijn tegenwoordig hostels die er uitzien als boutique hotels, met gedeelde keukens, dakterrassen en georganiseerde activiteiten.
De gemeenschappelijke ruimtes zijn waar het gebeurt. Je gaat aan de grote tafel zitten, iemand vraagt waar je vandaan komt, en voor je het weet zit je samen te eten of plan je een dagtrip. Dat gaat vanzelf. Solo reizigers herkennen elkaar en er is een soort onuitgesproken openheid die je in het dagelijks leven zelden tegenkomt.
Budgettip : een bed in een goede hostel kost in de meeste Europese steden tussen de 15 en 35 euro per nacht. In Zuidoost-Azië betaal je vaak minder dan 10 euro. Een privékamer in een hostel is een prima middenweg als je wel de sociale sfeer wilt maar niet met zes vreemden in een kamer wilt slapen.
Veiligheid : nuchter blijven, niet paranoïde worden
Laten we eerlijk zijn : veiligheid is de grootste zorg voor de meeste mensen die voor het eerst alleen reizen. En terecht – het is verstandig om daar bewust mee om te gaan. Maar het risico wordt vaak groter gemaakt dan het werkelijk is.
Een paar concrete regels die altijd werken :
Deel je locatie. Stuur een vriend of familielid je reisschema en check regelmatig in. Apps zoals WhatsApp maken dit makkelijk – een kort berichtje per dag is genoeg.
Houd je waardevolle spullen bij je. Paspoort, geld en telefoon in een buiktasje of binnenzak. Niet alles in één tas stoppen. Een kopie van je paspoort in je e-mail opslaan – kost niks en kan een hoop gedoe schelen als je het origineel kwijtraakt.
Vertrouw je gevoel. Als een situatie niet goed voelt, loop weg. Dat geldt thuis en dat geldt op reis. Je hoeft niet beleefd te zijn tegen iemand die je ongemakkelijk maakt.
Drink met mate. De meeste vervelende situaties op reis hebben te maken met te veel alcohol. Je bent in een vreemde stad, je kent de weg niet – houd je hoofd helder, zeker de eerste avonden.
Wat neem je mee ? Minder dan je denkt

Overpakken is dé klassieke beginnersfout. Je sleept een koffer van 23 kilo door smalle straatjes, over kasseien, trappen op en af – en na twee dagen besef je dat je de helft niet nodig hebt.
De vuistregel : als je twijfelt of je iets nodig hebt, laat het thuis. Je kunt overal ter wereld shampoo, een T-shirt of een oplader kopen. Dat hoef je echt niet allemaal mee te slepen.
Voor een reis van twee weken heb je genoeg aan een rugzak van 40 tot 50 liter. Dat klinkt misschien weinig, maar het dwingt je om keuzes te maken. En geloof me, met een lichte rugzak reis je twee keer zo prettig. Je stapt makkelijker in en uit bussen, je bent wendbaarder, en je hoeft niet te wachten bij de bagageband.
Wat je zeker niet moet vergeten : een goede adapter (of een universele), oordoppen (onmisbaar in hostels), een klein EHBO-setje, en een powerbank. Die vier dingen redden je vaker dan je denkt.
Budget : hoeveel kost solo reizen eigenlijk ?
Dat hangt natuurlijk enorm af van waar je naartoe gaat. Maar om een idee te geven :
In West-Europa kun je als budgetreiziger rekenen op 50 tot 80 euro per dag – inclusief hostel, eten, vervoer en een enkele activiteit. In Zuidoost-Azië zit je eerder op 25 tot 40 euro per dag. In Japan, dat verrassend goed te doen is als je slim boekt, zo’n 60 tot 90 euro.
Besparen doe je vooral op drie dingen : accommodatie (hostels in plaats van hotels), eten (lokaal eten in plaats van toeristenrestaurants) en vervoer (nachtbussen of -treinen die je een overnachting besparen).
Eén tip die ik altijd geef : neem een noodbedrag mee dat je apart houdt. Tweehonderd euro cash, ergens diep in je tas. Niet voor dagelijks gebruik, maar voor als je bankpas niet werkt, je telefoon kwijt bent of je vlucht moet omboeken. Het geeft enorm veel rust om te weten dat je een vangnet hebt.
De eerste dag : het moeilijkste moment

Ik ga niet liegen – de eerste dag solo is vaak het lastigst. Je stapt uit het vliegtuig, je bent alleen, alles is nieuw, en er is een moment waarop je denkt : wat doe ik hier eigenlijk ? Dat gevoel is universeel en het gaat voorbij. Meestal al na een paar uur.
Wat helpt : geef jezelf een simpele opdracht. Loop naar je hostel, check in, ga een koffie drinken in een café in de buurt. Kijk om je heen. Pak je telefoon er niet meteen bij. Neem het in je op. Tegen de avond heb je waarschijnlijk al met iemand gepraat, iets leuks ontdekt en voel je je een stuk zekerder.
En als dat niet zo is ? Ook prima. Het hoeft niet meteen geweldig te zijn. Soms duurt het een dag of twee voor je in je ritme komt. Dat is normaal en het zegt niks over hoe de rest van je reis wordt.
Eenzaamheid vs. alleen zijn : een belangrijk verschil
Alleen zijn is niet hetzelfde als eenzaam zijn. Dat klinkt als een tegeltjeswijsheid, maar op reis merk je het echt. Er zijn momenten dat je alleen bent en dat fantastisch vindt – in je eigen tempo een stad verkennen, in stilte ergens zitten, zonder verplichtingen. Dat is vrijheid.
En ja, er zijn momenten dat je even iemand mist om iets mee te delen. Een uitzicht, een grappige situatie, een goed gerecht. Dat hoort erbij. Stuur dan een foto naar iemand thuis, schrijf het op, of praat met de persoon naast je aan de bar. Solo reizen betekent niet dat je geen contact mag hebben – het betekent dat jij bepaalt wanneer en met wie.
Na je eerste solo reis : wat er verandert

De meeste mensen die voor het eerst alleen reizen, komen terug met meer dan alleen foto’s. Je ontdekt dat je dingen kunt die je vooraf niet voor mogelijk hield. Je navigeert een stad waar je niemand kent. Je lost problemen op die je thuis aan iemand anders had overgelaten. Je maakt keuzes puur op basis van wat jij wilt.
Dat gevoel neem je mee naar huis. Het verandert niet je hele leven – laten we niet overdrijven – maar het verschuift iets. Een soort rustig zelfvertrouwen dat er daarvoor niet was. En bijna iedereen begint vrij snel te plannen voor de volgende trip.
Samengevat : gewoon doen
Het enige wat je echt nodig hebt voor je eerste solo reis is een ticket en de bereidheid om het gewoon te proberen. De rest komt vanzelf. Kies een makkelijke bestemming, boek je eerste nachten, pak licht in en vertrek. Het wordt waarschijnlijk niet perfect – en dat is precies wat het zo goed maakt.

Meer verhalen
Kamperen in de Gironde : de mooiste plekken om je tent neer te zetten vlak bij de oceaan